| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.877.893 Bezoekers. |
|
beroep |
0,04 sec. |
|
beroep zn onz beroep (-en mv) [bəˈrup]
1 dat wat je doet om je geld te verdienen;= vak metselaar van beroep zijn een beroep uitoefenen 2 verzoek om hulp aan iemand;= appel een beroep doen op iemand 3 verzoek aan een hogere rechtbank om een vonnis te veranderen;= appel hoger beroep aantekenen in beroep gaan bij het Europese Hof vrije beroepen beroepen waarbij je niet bij iemand in dienst bent, bijvoorbeeld advocaat, architect of tandarts Vertalingen beroep Appellation, Beruf, Berufung, Gewerbe, Handwerk, Profession, Anstellung beroep appeal, handicraft, occupation, profession, trade, job, vocation, employment beroep appello, impiego, lavoro, professione beroep profese, zaměstnání beroep ansættelse, beskæftigelse, profession beroep απασχόληση, ενασχόληση, επάγγελμα beroep ammatti, työllisyys beroep profesija, zanimanje, zaposlenje beroep 職業, 雇用 beroep 고용, 직업 beroep ansettelse, fag, yrke beroep zatrudnienie, zawód beroep anställning, yrke beroep การว่าจ้าง, อาชีพ beroep nghề, nghề nghiệp, việc làm beroep 职业 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|