berispen

Thesaurus
Vertalingen

berispen

schelten, vorwerfen, Vorwürfe machen, zurechtweisen, rügenreproach, reprove, blame, rebuke, scold, tell offréprimander, gronder, reprendre, reprocher, sermonner, blâmer, disputerيُوَبِّخُvynadatskælde udκατσαδιάζωregañarläksyttääprekoritirimproverareしかる꾸짖다skjelle utzbesztaćrepreenderотчитыватьskälla utดุว่าazarlamakmắng责骂 (bəˈrɪspə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd berispte , voltooid deelwoord heeft berispt
(iemand) op boze toon zeggen dat je zijn gedrag afkeurt; (iemand) een standje geven het tuchtcollege heeft de huisarts berispt