beoordelen

Vertalingen

beoordelen

beurteilen, begutachten, kritisieren, richten, urteilen, bewertenjudge, criticize, censure, ratecritiquer, juger, reprendre, noter, voir, arbitrer, classercriticar, classificar, julgargiudicare, giudice, valutareيُقَدِّرُ, يَقْضِيpokládat, posouditdømme, vurdere somαποτιμώ, κρίνωconsiderar, juzgarluokitella, tuomitaocijeniti, suditi審査する, 評価する판정하다, 평가하다dømme, vurdereocenić, osądzićоценивать, судитьbedöma, klassaตัดสิน, ประเมินoranlamak, yargılamakđánh giá, phán xét判断, 评估 (bəˈordelə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd beoordeelde , voltooid deelwoord heeft beoordeeld
een oordeel geven over een leerling beoordelen iemand alleen op zijn uiterlijk beoordelen