benauwd

Vertalingen

benauwd

erstickend, schwül, Stick‐, stickigcramped, stale, airless, close, oppressive, stiffling, sultryétouffant, rassis, angoissé, étroit, exigu/exiguë, lourd, oppressé, suffocant, confiné (bəˈnɑuwt)
bijvoeglijk naamwoord
1. belemmerd in je ademhaling Door de rook kreeg ze het erg benauwd.
2. met weinig frisse lucht en ruimte een benauwde ruimte
3. angstig benauwd voor...
heel erg bang worden