benaderen

Thesaurus

benaderen:

toenaderen
Vertalingen

benaderen

approach, approximate, approximation(s')approcher (de), pressentir (qn sur qc), approcherגישהpřístup (bəˈnadərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd benaderde , voltooid deelwoord heeft benaderd
1. dichter komen bij een wereldrecord benaderen
2. naar iemand gaan om hem iets te vragen de personeelschef benaderen voor een loonsverhoging
3. beschouwen, overdenken het abortusvraagstuk benaderen vanuit een christelijke levensovertuiging