beledigen

Thesaurus
Vertalingen

beledigen

beleidigen, beschimpfen, kränken, schelten, schimpfen, verletzeninsult, offend, abuse, burninsulter, offenser, blesser, injurier, vexer, froisser, diffamer, offusquerinsultar, ofenderaffronto, oltraggiare, offendereيُسيِءُ إِلَى, يَهِيـنُurazitfornærmeθίγω, προσβάλλωinsultar, ofender, insultoloukatauvrijediti不快感を与える, 侮辱する모욕하다, 위반하다fornærmeobrazićоскорбить, оскорблятьförnärma, förolämpaดูถูก, ทำให้ขุ่นเคืองgücendirmek, hakaret etmeklăng mạ, xúc phạm侮辱, 犯罪侮辱обида (bəˈledəxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd beledigde , voltooid deelwoord heeft beledigd
iets zeggen waardoor je iemands gevoelens pijn doet zich diep beledigd voelen