belagen

Vertalingen

belagen

auflauern, nachstellenbeset, setatrap, setatrapfor, threaten, beleaguercomploter, tendre un piège, harceler, menacer (bəˈlagə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd belaagde , voltooid deelwoord heeft belaagd
in het nauw brengen en lastigvallen De demonstranten belagen de minister.