bel


Zoekopdrachten gerelateerd aan bel: belastingdienst
Thesaurus

bel:

schelhard, hoog,
Vertalingen

bel

Klingel, Glocke, Schellebell, alarm, bel, littlebellsonnette, cloche, timbre, sirène, sonnerie, clochette, bulleзвонок, колокольчикجَرَسzvonklokkeκαμπάναcampana, timbresoittokellozvonocampanabjelledzwoneksinoklockaระฆังzilchuông (bel)
zelfstandig naamwoord meervoud -len
apparaat waar je op drukt of aan trekt en dat een rinkelend geluid maakt deurbel fietsbel De bel gaat.
alarm slaan
ondeugend spel waarbij je ergens aanbelt en dan hard wegrent