| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.759.020.977 Bezoekers. |
|
bek |
0,01 sec. |
|
bek zn m bek (-ken mv) [bɛk]
1 mond van een dier De vos hield een kip in zijn bek. 2 mond van een mens Hou je bek! wees stil Breek me de bek niet open. laat ik daar maar niet over praten op je bek gaan vallen op je bek gaan een stomme fout maken die anderen kunnen zien Thesaurus bek: mond Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|