behandelen

Thesaurus

behandelen:

verzorgenverplegen,
Vertalingen

behandelen

behandeln, bereden, besprechen, heilen, kurieren, sprechen über, traktieren, unterhandelntreat, cure, carefor, dealwith, discuss, handle, cover, dealtraiter, guérir, soigner, manier, manipuler, agiterguarire, trattareيُعَامِلُzacházetbehandleμεταχειρίζομαιtratarkohdellapostupati s nekim扱う취급하다behandlepotraktowaćtratarугощатьbjudaปฏิบัติต่อdavranmakđối xử款待 (bəˈhɑndələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd behandelde , voltooid deelwoord
1. op een bepaalde manier omgaan met iemand slecht behandelen iemand als een klein kind behandelen klachten behandelen
2. spreken of schrijven over de hoofdpunten in de les behandelen
3. medisch medisch verzorgen iemand behandelen voor een keelontsteking een verzwikte enkel behandelen