bedrog

Vertalingen

bedrog

Betrug, Täuschung, Trug, Unterschleifswindletromperie, illusion, faux, mensonge, tricherie (bəˈdrɔx)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
keer dat je iemand bedriegt bedrog plegen door bedrog en misbruik van de omstandigheden
wat je droomt gebeurt niet in het echte leven