bedrijf

Thesaurus

bedrijf:

neringonderneming, handelsbedrijf, winkelbedrijf, handel, concern,
Vertalingen

bedrijf

Akt, Akte, Beruf, Gewerbe, Profession, Unternehmung, Firma, Handelenterprise, profession, company, act, certificate, document, businessacte, profession, entreprise, industrie, métier, service, exploitation, société, document, pièce, affaires, compagnieempresa, negócioattestato, attestazione, atto, testimonianza, imprenditoria, societàأَعْمال تـِجارِيَّة, شَرِكَةpodnikání, společnostforretninger, selskabεπιχείρηση, εταιρείαcompañía, empresa, negocioliiketoiminta, yrityskompanija, posaoビジネス, 会社사업, 회사bedriftbiznes, spółkaдело, компанияaffärer, sällskapธุรกิจ, บริษัท, şirketcông ty, việc kinh doanh公司, 商业 (bəˈdrɛif)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -drijven
1. plek waar goederen worden geproduceerd of diensten worden verleend om geld te verdienen een schildersbedrijf een bedrijf starten/opzetten een bedrijf stilleggen
actief zijn
niet werken, niet functioneren
2. theater hoofdstuk van een toneelstuk of opera een klassieke tragedie in vijf bedrijven
tussen andere bezigheden door