bederven

Thesaurus
Vertalingen

bederven

verderben, beschädigen, faulen, korrumpieren, Schaden zufügen, verfaulen, verletzen, vermodern, verschlechtern, verschlimmern, verwesenspoil, bribe, injure, putrefy, rot, damage, gobadgâter, abîmer, corrompre, pourrir, détériorer, se corrompre, gâcher (le plaisir de qn), se gâter, tourner, putréfier, gâcher, barbouiller, s'abîmer, s'altérer, se décomposer, se détériorer, pervertirmarcire, viziareيُفْسِدُpokazitødelæggeκακομαθαίνωechar a perderpilatapokvariti台無しにする(...을) 망쳐놓다skjemme bortpopsućestragarпортитьfördärvaทำให้เสียหาย ตามใจจนเสียคนberbat etmeklàm hỏng溺爱 (bəˈdɛrvə(n))
werkwoord overgankelijk-onovergankelijk
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bedierf
1. voltooid deelwoord heeft bedorven iets wat goed was, slecht maken de pret bederven
2. voltooid deelwoord is bedorven (van eten enz.) oneetbaar of onbruikbaar worden omdat het te oud is Zet het vlees in de koelkast anders bederft het.