bebouwen

Vertalingen

bebouwen

cultivate, growcultiver, urbaniser, bâtir, exploiterallevare (bəˈbɑuwə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bebouwde , voltooid deelwoord heeft bebouwd
1. architectuur gebouwen neerzetten op (een terrein) nieuwbouw in bestaand bebouwd gebied
2. agrarisch gewassen laten groeien op (een stuk land) een akker met mais bebouwen