beamen

Vertalingen

beamen

approbieren, bejahen, billigen, genehmigen, gutheißen, ja sagenapprove, assent, affirm, sayyes, confirmaffirmer, approuver, donner son accordapprovare, concedere, provatoсогласенσυμφωνώ同意同意enigยอมรับ (bəˈamə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd beaamde , voltooid deelwoord heeft beaamd
zeggen dat je het met iets eens bent of dat het klopt beamen dat hij gelijk heeft