bast

Thesaurus

bast:

schors
Vertalingen

bast

Bastbast, bark, rindliberлыкоkora樹皮barkcortecciabarkcortezacascakůraφλοιόςкора (bɑst)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. buitenste laag van een boom berkenbast
2. bovenste deel van je lichaam (zonder je hoofd) lekker met je blote bast in de zon zitten