bar

Thesaurus
Vertalingen

bar

(bɑr)
zelfstandig naamwoord meervoud -s
1. hoge toonbank in een café waaraan je staat om iets te drinken een pilsje aan de bar drinken
2. ruimte waar je tegen betaling iets kunt drinken in de bar van het hotel afspreken

bar

Bar, Büfett, fruchtlos, furchtbar, Schankraum, Schranke, steril, strengbar, buffet, pub, severe, strict, awfully, barren, barrierbar, affreusement, austère, sévère, abreuvoir, buffet, aride, barre, rigoureux/-euse, rudement, très, comptoir, zincsevero, barbètvola, barحَانَةbarbarμπαρbarbaaribarバー술집barbarбарbarบาร์ ที่จำหน่ายเครื่องดื่มbarquán rượu酒吧בר (bɑr)
bijvoeglijk naamwoord
moeilijk en niet leuk barre tijden
de zeer koude winter van 1963
het is verschrikkelijk
erg slecht