banaan

Thesaurus

banaan:

pisang
Vertalingen

banaan

Banane, Pisangbananabananeμπανάναplátano, banana, camburбананbananaمَوْزbanánbananbanaanibananaバナナ바나나bananbananbananabananกล้วยmuzquả chuối香蕉 (bɑˈnan)
zelfstandig naamwoord meervoud -nanen
tropische, eetbare, langwerpige, gele vrucht met wit en zacht vruchtvlees een tros bananen
humoristisch <wat je zegt als iemand te veel lastige vragen stelt>
<wat je zegt als iets moet doorgaan of moet gebeuren>