balk

Vertalingen

balk

Balkenbeam, girderpoutre, portée, barrevigabjelkבר (bɑlk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. architectuur rechthoekige dikke plank op dikke balken steunen dwarsbalk
te veel geld uitgeven
2. muziek vijf evenwijdige, horizontale lijnen waarop je muzieknoten schrijft De twee balken van een pianopartij worden gewoonlijk verbonden met een bracket.