bal


Zoekopdrachten gerelateerd aan bal: baal
Thesaurus

bal:

bolstaandbolletje, dansfeest, testikel, tennisbal, gala, volleybal, voetbal, galabal, zaadbal, bol, kloot, bolvormig, basketbal,
Vertalingen

bal

(bɑl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
deftig dansfeest in de avond een bal geven
de eerste dans op een bal dansen
bal waarbij de gasten verkleed komen
<wat je zegt als er weer vervelende dingen gebeuren, of als mensen zich weer vervelend gedragen>

bal

Ball, Fußsohle, Globus, Handfläche, Hode, Kloß, Klumpen, Kugel, Sohleball, chunk, clod, dance, globe, lump, palm, ball‐bearing, sole, testicleballe, bal, boule, ballon, paume, testicule, globe, plante, plante du pied, boulette, couille, snob, pelotebaile, pelotapalla, ammaccatura, cumulo, gnocco, balloحَفْلَةٌ راقِصَة, كُرَةmíč, plesbal, boldμπάλα, χορόςpallo, tanssiaisetbal, loptaボール, 舞踏会공, 무도회ballbal, piłkabola, baileбал, мячbal, bollงานบอล, ลูกบอลbalo, topbuổi khiêu vũ, quả bóng, 舞会топкаכדור (bɑl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -len
1. sport rond en bol voorwerp dat je gebruikt bij sport of spel de bal gooien de bal vangen de bal slaan
de dingen kunnen anders gaan dan je denkt
een idee naar voren brengen
iets doen waardoor de dingen veranderen
iemand bevoordelen
er kan van alles gebeuren
een gevat antwoord geven
wie iemand anders plaagt wordt teruggeplaagd
niets
er niets van weten
2. bol rond en bol voorwerp gehaktbal soep met balletjes
3. ongunstig arrogante man corpsbal