baksteen

Thesaurus
Vertalingen

baksteen

Ziegel, Backstein, Ziegelsteinbrickbrique, (de/en) briqueladrilloطوبَةcihlamurstenτούβλοtiiliciglamattone煉瓦벽돌mursteincegłatijoloкирпичtegelstenอิฐtuğlagạchТухла (ˈbɑksten)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -stenen
uit klei gebakken steen waarmee je huizen bouwt een huis van rode bakstenen
iemand opeens niet meer steunen
je hele leven al graag een huis van jezelf willen hebben
het regent heel hard
met heel lage cijfers zakken voor een examen