bad

Thesaurus

bad:

zwembad
Vertalingen

bad

Bad, Badewannebath, bathtubbain, baignoire, piscineванна, купаниеbagno, lavacroحَوْض الاِسْتِحْمامkoupelbadμπάνιοbañera, bañokylpykada浴槽욕조badkąpielbanheira, banhobadอ่างอาบน้ำbanyobồn tắm浴缸 (bɑt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
1. grote bak waar je in kunt zitten of liggen om je te wassen in bad gaan een kind in bad doen
2. keer dat je in bad gaat een bad nemen