Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
1.769.661.416 Bezoekers.
forum mailing list For webmasters
?
New: Language forums
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνική
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

baas

0,02 sec.
baas
zn m / v baas (bazen mv), bazin (-nen mv) [bas, baˈzɪn]
1 iemand die de leiding heeft;= leider
er kan er maar één de baas zijn
2 eigenaar
de baas van de winkel
de baas van het hondje
iemand de baas zijn
iets beter kunnen dan de ander
de baas spelen
doen alsof je de leider bent
Thesaurus
baas: leidinggevende, chef
Vertalingen
baas chef, maître, patron, patron/-onne, singe
baas jefe
baas šéf
baas chef
baas pomo
baas gazda
baas ボス
baas 우두머리
baas sjef
baas szef
baas chefe
baas шеф
baas chef
baas เจ้านาย
baas patron
baas ông chủ
baas 上司


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
E-mail
Feedback
 Woord Browser:
?

Disclaimer | Privacy policy | Feedback | Copyright © 2009 Farlex, Inc.
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel. Voorwaarden voor gebruik.