| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.472.213 Bezoekers. |
|
bijten |
0,01 sec. |
|
bijten ww bijten (beet enk ovt; heeft gebeten volt deelw) [ˈbɛitə(n)]
1 met je tanden vastgrijpen op je nagels bijten De hond heeft de buurjongen gebeten. 2 (van chemische stoffen) schade of pijn veroorzaken bijtende vloeistoffen om in te bijten dat of die er erg lekker uitziet billen om in te bijten dat bijt elkaar niet dat kan naast elkaar bestaan of gebruikt worden Je kunt deze geneesmiddelen allebei gebruiken. Dat bijt elkaar niet. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|