arrangement

Vertalingen

arrangement

arrangement (arɑ̃ʒəˈmɛnt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
1. handel regeling waarbij je een van te voren bepaalde prijs betaalt voor een aantal zaken een weekendarrangement van twee overnachtingen en twee viergangenmenu's
2. muziek bewerking van een muziekstuk voor een ander instrument of een andere uitvoering in een arrangement voor gitaar en fluit