| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.781.546.745 Bezoekers. |
|
appel |
0,06 sec. |
|
appel zn onz appel ( mv) [ɑˈpɛl]
1 beroep 2 bijeenkomst om te zien of iedereen er is een appel doen op iemand vragen of iemand iets wil doen een appel op het geheugen doen iets met moeite herinneren appel aantekenen tegen een uitspraak bij een hogere rechtbank melden dat je het niet eens bent met een uitspraak van een lagere rechtbank appel houden/blazen iedereen bij elkaar roepen Thesaurus appel: naamafroeping Vertalingen appel Apfel, Appellation, Berufung, Namensaufruf appel μήλο, προσκλητήριο appel яблоко, перекличка appel تفاحة, تَفَقُّد الحضور appel jablko, vyvolávání jmen appel æble, navneopråb appel nimenhuuto, omena appel jabuka, prozivanje appel リンゴ, 点呼 appel 사과, 점호 appel jabłko, sprawdzanie obecności appel äpple, upprop appel แอปเปิ้ล, การขานชื่อ appel điểm danh, quả táo Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|