antiek

Vertalingen

antiek

(ɑnˈtik)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
oude en daardoor kostbare voorwerpen een handelaar in antiek

antiek

altertümlich, antik, uraltancient, antiqueantique, ancien, antiquitésantigüedad, antiguoантиквариат, древнийantico, tempi passatiقَدِيـمstarověký/starobylýoldtids-αρχαίοςmuinainenprastar大昔の고대의eldgammelstarożytnyantigo, antiguidadesforntidaโบราณeskicổ đại远古的, 古董антики古董עתיקות (ɑnˈtik)
bijvoeglijk naamwoord
1. oud en daardoor kostbaar antieke meubelen
2. uit de Griekse of de Romeinse Oudheid de antieke beschaving