anker

Thesaurus

anker:

muuranker
Vertalingen

anker

Anker, Armaturanchor, anker, armature, brace, cramp‐ironancreancora, àncoraякорьمِرْسَاةkotvaankerάγκυραanclaankkurisidroankerkotwicaâncoraankareสมอเรือçapamỏ neoкотва (ˈɑŋkər)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. nautical metalen haak waarmee je een boot aan de bodem vastlegt het anker uitwerpen/uitgooien
het anker ophalen om te kunnen vertrekken
2. techniek ijzeren haak om in de bouw verschillende materialen met elkaar te verbinden een balk met een anker in de muur bevestigen