anders

Thesaurus

anders:

verschillend
Vertalingen

anders

(ˈɑndərs)
bijvoeglijk naamwoord
hetzelfde verschillend iets anders
<dit zeg je als je je tijd liever aan iets belangrijkers besteedt>
homoseksueel zijn
met een andere overtuiging

anders

sonst, andernfalls, anders, andererelse, otherwise, differently, inanotherway, differentautrement, sinon, (d')autre, autre, d'autres fois, de plus, d'habitude, différent, diversementآخَر, وإِلَاّ, وَإِلَّاjinak, jinýanden, ellersαλλιώς, ειδεμή, εξάλλουde lo contrario, más, si nomuu, muuten, muutoindrukčije, ostalialtrimentiさもないと, そうでなければ, そのほかに그 밖에, 그렇지 않았다면, 안 그랬으면annerledes, ellersinaczej, w przeciwnym razie, w przeciwnym wypadkucaso contrário, de outro modo, em vez de, maisв противном случае, еще, иначеannars, annorlundaไม่เช่นนั้น, มิฉะนั้น, อื่นๆaksi halde, daha başka, yoksakhác, nếu không另外, 否则в противен случай (ˈɑndərs)
bijwoord
1. op een andere manier dat doe ik heel anders
2. op een andere tijd, onder andere omstandigheden Anders is het in de winter veel kouder.
3. in het tegenovergestelde geval Hij is vast ziek, anders was hij al lang gekomen.
op een andere plaats