amandel

Vertalingen

amandel

Mandelalmond, tonsilamande, amygdale, amandier, les amygdalestonsiloalmendra, amigdala, almendroamygdalum, tonsillaamêndoa, amígdala, tonsilabademcik, bademmandorlaلَوْزmandlemandelαμύγδαλοmantelibademアーモンド아몬드mandelmigdałминдальmandelเมล็ดอัลมอนด์quả hạnh杏仁 (aˈmɑndəl)
zelfstandig naamwoord meervoud -en, -s
1. eetbare pit van een amandelvrucht Bij de borrel was een schaaltje met walnoten, hazelnoten en amandelen.
2. amandelvormige klier in je keel Je hebt twee amandelen, die weggehaald worden als je erg vaak verkouden bent.