alvast

Thesaurus

alvast:

odertussenintussen, onderwijl, tegelijkertijd, onderhand, ondertussen, terwijl, inmiddels,
Vertalingen

alvast

bereits, schonalready, bynow, yetdéjàήδηgià (ɑlˈvɑst)
bijwoord
eerder dan iemand of iets anders We gaan overmorgen weg, maar we pakken nu alvast de koffers.