altijd

(doorverwezen van altijd)
Thesaurus

altijd:

steevastimmer, immermeer, eeuwig,
Vertalingen

altijd

immer, stets, allemal, allzeit, fortwährend, jederzeitalways, evertoujours, en tous temps, éternellement, invariablement, jamaisπάντα, πάντοτεsiempresempreвсегдаsempre, ognoraدَائِماًvždyaltidainauvijek常にalltidzawszealltidเสมอher zamanluôn luôn总是 (ˈɑltɛit)
bijwoord
1. op ieder moment Voor hem geldt 'eens een boer, altijd een boer', ook als hij gestopt is met werken.
voorgoed voor eens en voor altijd een einde aan iets maken
2. iedere keer opnieuw altijd bij dezelfde slager je vlees kopen