| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.781.263.984 Bezoekers. |
|
zetten |
0,01 sec. |
|
zetten ww zetten (zette enk ovt; heeft gezet volt deelw) [ˈzɛtə(n)]
1 rechtop plaatsen;= neerzetten Wil je deze boeken weer in de kast zetten? de tuinstoelen buiten zetten voor de groepsfoto de langste jongens achteraan zetten 2 (koffie of thee) maken vers gezette koffie 3 (een gebroken bot) weer in de goede stand plaatsen, zodat het kan genezen 4 aansporen of dwingen te doen Ik moest me ertoe zetten dat rotklusje te gaan doen. anderen aan het werk zetten iemand je huis uit zetten je schoen zetten als kind 's avonds in de dagen voor het Sinterklaasfeest een schoen bij de kachel plaatsen in de hoop dat Sinterklaas er een cadeautje in zal doen alles op alles zetten je enorm inspannen voor een bepaald doel Thesaurus zetten: zetwerk Vertalingen zetten aufgießen, ausziehen, extrahieren, infundieren, legen, montieren, reduzieren, setzen, stecken, stellen, ziehen lassen zetten assemble, extract, infuse, laydown, link, mount, place, put, putdown, reduce, typeset, prepare, bed, distress, flag, jump, pillory, set, stand up zetten abaisser, appliquer, asseoir, composer, mettre, monter, poser, réduire, miser [argent], préparer, remettre (en place), représenter zetten يَضع zetten položit zetten sætte zetten βάζω zetten poner zetten asettaa zetten staviti zetten 置く zetten 놓다 zetten legge zetten położyć zetten pôr zetten ставить zetten lägga zetten วาง zetten koymak zetten để zetten 放 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|