alleen


Zoekopdrachten gerelateerd aan alleen: allen
Vertalingen

alleen

(ɑˈlen)
bijvoeglijk naamwoord
zonder anderen Ik ben vanavond alleen thuis.

alleen

allein, nur, alleinig, bloß, einzig, erst, lediglichalone, only, singly, exclusively, just, oneatatime, single, sole, solitary, lone, solelyseul, seulement, ne ... que, en tête à tête, mais, ne...que, tout seul, exclusif, exclusivement, solitaireúnico, solosolo, singolo, soltanto, unicoوَحِيدsámaleneμόνοςyksinsamただ一人の홀로alenesamotnysozinhoодинокийensamโดยลำพังyalnızmột mình单独的 (ɑˈlen)
bijwoord
1. maar We kunnen eten, alleen moeten de aardappels nog in de schaal gedaan worden.
2. uitsluitend Alleen de leerlingen die klaar zijn, mogen naar huis.
3. en... en..., zowel... als... Daar kun je niet alleen lekker maar ook goedkoop eten.