alarm

Thesaurus

alarm:

noodsignaalnoodsein, hulpgeroep,
Vertalingen

alarm

Alarm, Beunruhigungalarmalarme, alerteرُعْبznepokojeníalarmπανικόςalarmapelästysuzbunaallarme恐怖공포engstelseobawaalarme, alertaтревогаoroสัญญาณเตือนภัยalarmsự hoảng hốt警报, 报警報警алармаאזעקה (aˈlɑrm)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
hard geluid dat als waarschuwing klinkt als iets helemaal verkeerd is Als een inbreker het gebouw ingaat, klinkt een alarm. brandalarm