al

Vertalingen

al

(ɑl)
bijwoord
1. eerder dan gedacht Ben je er al?
2. <om het genoemde te versterken> al te duidelijk je mening zeggen
wel of niet Ze laat nog weten of ze al dan niet op bezoek komt.

al

schon, Alles, bereits, das Ganze, obgleich, obschon, wenn auch, zwaralready, all, although, though, allofit, bynow, evenif, yet, each, every, everyonedéjà, quoique, toutes les fois, bien que, depuis, encore queήδηogni, qualunque, tutti (ɑl)
voegwoord
1. zelfs in de situatie dat Ook al ben ik moe, ik ga toch naar de cursus.
2. in bescheidenheid gezegd Ik ben heel intelligent, al zeg ik het zelf.