agenda

Thesaurus
Vertalingen

agenda

Tagesordnung, Agenda, Notizbuchagenda, appointmentbook, order of business, calendarordre du jour, agenda, agenda calendrier, ordre du jour, calendrierorden del día, agendaordine del giorno, agendaجَدْوَل الَأعْمالpořad jednánídagsordenατζένταesityslistadnevni red議事日程의제dagsordenporządek obradagendaповестка дняagendaวาระการประชุมgündemchương trình nghị sự日程 (aˈxɛnda)
zelfstandig naamwoord meervoud -'s
1. lijst van onderwerpen voor een vergadering een onderwerp toevoegen aan de agenda
zorgen dat er aandacht aan besteed zal worden overgewicht op de politieke agenda zetten
2. boekje met een kalender om je afspraken in te zetten een digitale agenda in je smartphone
3. geheime bedoelingen hebben Heeft de gemeente in deze kwestie soms een verborgen agenda?