afwisselen

Vertalingen

afwisselen

varyvarier, différer, (faire) alterner (avec), diversifiervariare대체สลับ (ˈɑfwɪsələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd wisselde af , voltooid deelwoord heeft afgewisseld
(iets) om de beurt vervangen (door iets anders) theorie afwisselen met praktijkoefeningen