afwijken

Vertalingen

afwijken

abschweifen, abweichendeflect, deviate, diverge, turn, wander, differdévier, dévier (de), différer, s'écarter (de)aberrare (ˈɑfwɛikə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd week af , voltooid deelwoord is afgeweken
anders zijn (dan iemand of iets anders) een afwijkende mening hebben afwijken van de rest