afwenden

Vertalingen

afwenden

turnawayprévenir, détourner, parer (ˈɑfwɛndə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd wendde af , voltooid deelwoord heeft afgewend
1. in een andere richting brengen je ogen niet kunnen afwenden van een prikkelende film de blik afwenden van het heden en vooruitzien
2. zorgen dat iets je niet overkomt of iets niet gebeurt een klimaatramp afwenden