afwassen

Vertalingen

afwassen

aufwaschen, abwaschenwashoff, washup, wash the dishes, wash upfregar, fregar los platos, lavar los platosيَغْسِلُ الَأطْبَاقumýt nádobívaske opκάνω λάντζαtiskatafaire la vaisselleopratilavare i piatti洗って片付ける설거지하다vaske opppozmywaćlavar a louçaмыть посудуdiskaล้างจานbulaşık yıkamakrửa bát đĩa洗餐具, לשטוף (ˈɑfwɑsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd waste af , voltooid deelwoord heeft afgewassen
door wassen schoonmaken Glazen kun je beter met de hand afwassen.