afvoer

Thesaurus
Vertalingen

afvoer

Transport, Abflusslochcarryingoff, discharge, transport, drain, plugholetransport, tuyau d'écoulement, évacuation, bondeسيفونodtokafløbαεραγωγόςdesagüeviemäriaukkoutičnicascarico排水口마개 구멍avløpotwór odpływowyescoadouro, raloштепсельное гнездоavloppshålรูที่ให้น้ำไหลออกmusluk deliğilỗ thoát nước插孔, 排水排水 (ˈɑfur)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. meervoud g.mv.aanvoer het afvoeren (1), of keer dat je iets afvoert de afvoer van radioactief afval
2. pijp waardoor iets weg kan lopen de afvoer van de wc