afvallen

Vertalingen

afvallen

entfallen, fallen, verfallenfall, lose, apostatize, desert, drop, dropout, fallaway, falloff, loseflesh, loseinweight, secede, tumbledowntomber, s'abattre, s'amaigrirabbassarsi, autunno, caduta, depressioneaffaldเสียפסולתavfall (ˈɑfɑlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd viel af , voltooid deelwoord is afgevallen
1. aankomen gewicht verliezen, minder zwaar worden door een streng dieet 20 kilo afgevallen zijn
2. niet meer loyaal zijn aan (iemand) elkaar afvallen waar vrienden bij zijn
3. geen onderdeel meer zijn van (een groep) Van de honderd deelnemers vielen er twintig af.