aftakelen

Vertalingen

aftakelen

beonthedecline, dismantle, godownhill, gooff, unrigse défaire (ˈɑftakələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd takelde af , voltooid deelwoord is afgetakeld
minder gezond of krachtig worden Door zijn ziekte is hij erg afgetakeld.