| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.654.345 Bezoekers. |
|
afspraak |
0,01 sec. |
|
afspraak zn afspraak (-spraken mv) [ˈɑfsprak] gesproken of schriftelijke overeenkomst
een afspraak maken met een adviseur een afspraak afzeggen tegen de afspraak in toch diep in de nacht vliegtuigen laten landen en opstijgen Thesaurus Vertalingen afspraak Einverständnis, Rendezvous, Übereinkunft afspraak accommodation, accord, agreement, appointment, date, rendezvous, meeting afspraak accommodement, pacte, rencontre, rendez‐vous, accord, rendez-vous, convention, entrevue, entente Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|