afslaan

Vertalingen

afslaan

ablassen, abschweifen, abweichen, anhalten, ausmerzen, Halt machen, halten, nachlassen, Rabatt geben, stocken, stoppen, abschaltenhalt, rebate, reject, turn, beatoff, cometoahalt, decrease, discount, godown, knockoff, lower, stop, strikeoff, turn offrepousser, dévier, rejeter, rétorquer, s'arrêter, décliner, refuser, abaisser, débattre, répondre, caler, enlever, faire tomber, tourner/prendre (à gauche), prendre, bifurquer, tournerriduzione, spegnereيُطْفِئodbočitslukke forαλλάζω πορείαcambiar de carretera, salirsepoiketa tieltäisključiti se s cesteわき道へ入る벗어나다slå avwyłączyćvirarсворачиватьstänga avเปลี่ยนไปทางใหม่dönmekrẽ đi hướng khác拐弯 (ˈɑfslan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd sloeg af , voltooid deelwoord
1.
voltooid deelwoord heeft afgeslagen
(wat je aangeboden wordt) niet aannemen een uitnodiging afslaan
2. transport
voltooid deelwoord is afgeslagen
(in het verkeer) een andere richting nemen naar rechts afslaan
3. techniek
voltooid deelwoord is afgeslagen
ophouden met functioneren De auto is niet in orde: de motor slaat steeds af.