afschuiven op

Vertalingen

afschuiven op

(ˈɑfsxœyvə(n) ɔp)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd schoof af op , voltooid deelwoord heeft afgeschoven op
aan iemand anders overlaten omdat je zelf niet wilt werk afschuiven op een collega de verantwoordelijkheid op iemand anders afschuiven