afronden

Thesaurus

afronden:

voltooien
Vertalingen

afronden

round, roundoff, truncatearrondir (ˈɑfrɔndə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd rondde af , voltooid deelwoord heeft afgerond
1. (wat nog niet klaar is) afmaken je studie binnen een jaar afronden
2. (een bedrag) iets groter of kleiner maken zodat het betalen of rekenen makkelijker wordt 48 eurocent naar boven afronden op 50 eurocent