afpakken

Vertalingen

afpakken

abräumen, entziehen, fortnehmen, wegnehmenabstract, takeawayôter, retrancherbirlar (ˈɑfpɑkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd pakte af , voltooid deelwoord heeft afgepakt
tegen iemands zin van iemand wegnemen speelgoed van je zusje afpakken