| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.919.412 Bezoekers. |
|
aflossen |
0,01 sec. |
|
aflossen ww aflossen (loste af enk ovt; heeft afgelost volt deelw) [ˈɑflɔsə(n)]
1 (een schuld) betalen een hypotheek in dertig jaar aflossen 2 werk overnemen (van iemand) 's morgens je collega's van de nachtdienst aflossen Vertalingen aflossen ablösen, amortisieren, ersetzen, löschen aflossen remplacer, tenir place de, amortir, payer un acompte, relayer, relever, rembourser aflossen amortizar Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|